Gemaakt door:
Fotografie:
Petra Holland
x min

Impactartikel

Van Vriezenveen naar de Kuip

Jessica Torny als hoofdcoach van Feyenoord vrouwen

-

Jessica Torny

Dit artikel in 3 punten

Vijf jaar oud was ze toen ze zich aanmeldde bij DETO in Vriezenveen. Ze stond altijd al tussen de buurjongens op het pleintje te voetballen. “Meidenvoetbal was er toen niet. Dus ik ging gewoon mee met de jongens.” Dat ‘gewoon’ typeert haar nog altijd. Geen grootspraak – gewoon doen waar je goed in bent en wat je leuk vindt. Inmiddels staat ze als hoofdcoach van de Feyenoord Vrouwen aan de top van het Nederlandse vrouwenvoetbal. Maar haar verhaal begint in Twente, in een tijd waarin vrouwenvoetbal nog nauwelijks bestond.

Altijd moeten bewijzen als meisje

Bij DETO speelde ze als enige meisje in een jongensteam. Tot en met de A-jeugd. “Maar ik ben altijd geaccepteerd,” vertelt ze. “Die jongens namen het echt voor me op. Als iemand iets zei, zaten ze er meteen bovenop. Ik was één van hen.” Dat was niet overal vanzelfsprekend. In selectie elftallen ontstond discussie. Ze nam immers ‘een plek in’ van een jongen. “Ik kon goed voetballen en dan werd het ineens een ding. Waarom mocht ik daar spelen?” Ze merkte al jong dat het pad voor meisjes anders lag. Vervoer naar selecties werd voor jongens geregeld, zij moest het zelf uitzoeken. “Dat voelde wel bekrompen. Alsof ik me steeds moest bewijzen.” Toch liet ze zich niet wegduwen. Misschien juist daardoor niet. Ze was gewend om tussen jongens te spelen. Toen ze bij regionale meisjesselecties kwam, stak ze er fysiek bovenuit. Op haar zestiende debuteerde ze in het Nederlands elftal.

Duitsland, Oranje en doorzetten

Op haar achttiende vertrok Jessica naar Duitsland, waar het vrouwenvoetbal al veel verder ontwikkeld was. Ze speelde er in de Bundesliga, voor duizenden toeschouwers. “Dat leefde totaal anders. Je had een contract, kreeg een auto. Het voelde professioneel.” Maar haar carrière kende ook een andere kant. Twee zware kruisbandblessures gooiden roet in het eten. Revalideren betekende dagelijks naar Zeist, uren trainen met fysiotherapeuten, terwijl de aandacht van de buitenwereld langzaam wegebde. “De eerste weken belt iedereen. Daarna moet je het zelf doen.” Die periode vormde haar. Niet alleen als sporter, maar als mens. Ze leerde hoe een blessure mentaal kan knagen, hoe een speler zich alleen kan voelen. “Ik moest mijn eigen grenzen bewaken, maar die kende ik toen nog niet.” Op haar 28e besloot ze te stoppen.

“Het is snel gegaan, maar we zijn er nog niet.”

Leiderschap begint bij mensen

Wat weinig mensen weten: Jessica werkte zeven jaar als sportinstructeur bij Defensie. Ze doorliep de volledige opleiding, lag in het veld en werd uitgezonden naar Afghanistan. “Daar ben ik mezelf het meest tegengekomen,” zegt ze rustig. “Dat heeft me gevormd.” Ze maakte daar dingen mee die ze niet breed wil uitmeten, maar die haar kijk op leiderschap blijvend hebben beïnvloed. Communicatie, verantwoordelijkheid nemen, keuzes uitleggen. “Als ik een speelster wissel, vind ik het mijn plicht om dat te verantwoorden. Ook als ze het er niet mee eens is. Je kunt iemand echt kapotmaken als je niets uitlegt.” Het is een benadering die verder gaat dan winnen of verliezen. “We ontwikkelen mensen. Geen pionnetjes.”

Van speelster naar trainer

Na haar actieve carrière wilde ze aanvankelijk niets meer met voetbal te maken hebben. “Ik dacht: ik ga gewoon eens weer op pad, drankjes doen in de stad en ‘vrij’ leven.” Maar het begon toch weer te kriebelen. De KNVB bood haar een trainersopleiding aan. Ze ging aan de slag, onder meer bij sc Heerenveen, waar ze bewust begeleiding zocht bij de ervaren Foppe de Haan. “Hij nam me mee naar een fietsenwinkel om binnenbanden te halen voor weerstandstraining. Creatief denken, oplossingen zoeken met wat je hebt. Dat heb ik daar geleerd.” Na drie jaar Heerenveen werkte ze acht jaar bij de KNVB met nationale jeugdteams. Ze plaatste zich structureel voor eindtoernooien en haalde als eerste Nederlandse jeugdcoach een WK. Daarna werd ze assistent bij het Nederlands elftal. Het was een leerzame, maar ingewikkelde periode. Verschillende culturen, hoge verwachtingen, veranderende verhoudingen in het vrouwenvoetbal. “Ik merkte dat ik geen assistent ben. Ik wil bouwen, richting geven.”

“Ik was de vierde vrouw ooit die haar UEFA pro-opleiding deed.”

En toen kwam Feyenoord

In 2022 klopte Feyenoord aan. De vrouwenafdeling stond nog in de kinderschoenen en verloor veel wedstrijden. “Ik heb meteen gezegd: wil je korte termijn of lange termijn? Als ik kom, bouw ik voor de lange termijn.” Het eerste halfjaar was zwaar. Resultaten bleven uit, kritiek klonk luid. “Je wordt tien keer dood en begraven,” zegt ze eerlijk. “Dat raakt je als mens. Maar ik wist wat mijn plan was.” Ze vernieuwde de staf, selecteerde speelsters, investeerde in structuur. Inmiddels werkt ze met een volledige, professionele staf van twaalf mensen: fysiotherapeuten, data-analist, performance trainers, spelersbegeleiding. “Dat komt bijna nergens in de Eredivisie voor.” De resultaten volgen. Feyenoord doet inmiddels structureel mee in de top van de Eredivisie. Maar voor Jessica zit de echte winst niet alleen in de ranglijst. “We hebben nu een lijn van onder 16 tot het eerste. Talent stroomt door. Als ik ooit weg zou gaan, staat er een structureel, stevig team en dat is heel gaaf.”

Het vrouwenvoetbal is volwassen geworden

Jessica heeft het vrouwenvoetbal meegemaakt van bijna onzichtbaar tot nationaal succes. De kwalificatie voor het EK in 2009 en het gewonnen EK in 2017 zorgden voor een enorme boost. “Je ziet nu overal meisjes voetballen. Dat is fantastisch.” Tegelijkertijd is het werk nog niet klaar. Budgetten verschillen sterk per club, faciliteiten zijn niet overal gelijk. “Het is snel gegaan, maar we zijn er nog niet.” Ze ziet het als haar verantwoordelijkheid om niet alleen prestaties te leveren, maar ook bij te dragen aan verdere professionalisering.

Twentse nuchterheid en internationale ambitie

Ondanks haar indrukwekkende cv woont Torny nog altijd in De Pollen. Rotterdam heeft een appartement voor doordeweeks, maar thuis is Twente. “In een dorp wordt er veel meer op je gelet. Mensen vinden sneller ergens iets van.” Juist daarom is haar boodschap: doe wat je leuk vindt, wat anderen daar dan ook van vinden. “Tien jaar geleden had ik niet gedacht dat ik mijn UEFA pro-opleiding zou doen. Ik was de vierde vrouw ooit die dat deed. Waarom niet?” Ze gelooft dat je soms door bekrompen gedachten heen moet breken. “Iedereen vindt wel iets. Daar moet je ook een beetje schijt aan hebben.” Die combinatie van Twentse nuchterheid en internationale ambitie typeert haar misschien wel het best. Ze is geen schreeuwerige coach, geen mediapersoonlijkheid die op de voorgrond treedt. Maar wel iemand die weet wat ze wil. En wat ze nog wil? “Bondscoach worden. In het buitenland werken. Champions League spelen.”

No items found.
Geen resultaten gevonden.